Onlangs volgde ik een college interculturele communicatie in het kader van mijn nieuwe opleiding aan de ITV Hogeschool. Het was een college dat niet zozeer ging over anderen, maar vooral over bewustwording van je eigen culturele bril.
Een van de modellen die mij het meest raakte, was het ui-model van cultuur. Cultuur bestaat niet alleen uit zichtbaar gedrag, maar uit meerdere lagen:
gedrag (wat je ziet),
normen en waarden (wat “hoort”),
basisaannames (wat vanzelfsprekend lijkt).
Juist die diepste laag veroorzaakt vaak misverstanden in communicatie.
Wat is eigenlijk typisch Nederlands?
Tijdens het college stonden we stil bij kenmerken die in Nederland vaak als normaal worden gezien:
gelijkheid en lage machtsafstand,
directheid en eerlijkheid,
individualisme,
een sterke behoefte aan structuur, regels en voorspelbaarheid.
Deze eigenschappen werken goed binnen de Nederlandse context, maar kunnen in een interculturele situatie heel anders worden geïnterpreteerd.
Taal en communicatie zijn nooit neutraal
Wat mij opnieuw duidelijk werd: taal draagt cultuur.
Niet alleen woorden, maar ook:
stiltes,
oogcontact,
lichaamstaal,
de mate van directheid.
We luisteren, lezen en interpreteren altijd vanuit onze eigen mentale programmering.
Van oordeel naar nieuwsgierigheid
Interculturele communicatie vraagt daarom geen perfecte kennis van andere culturen, maar:
zelfreflectie,
openheid,
empathie,
en het vermogen om onzekerheid te verdragen.
Niet meteen denken “dit klopt niet”, maar eerst vragen:
“Waarom is dit voor de ander logisch?”
Voor mij was dit een waardevolle les — niet alleen binnen mijn opleiding, maar ook in mijn werk met taal, communicatie en mensen uit verschillende culturele achtergronden.